Anhydriet
Van krijt tot porcelein
Anhydriet is calciumsulfaat (Scheidkundige benaming, CaSO4). We
kennen het meestal als gips. We weten, al was het maar door nare
ervaring in het ziekenhuis, dat gips met water snel hard wordt.
Daarbij wordt het ook een beetje warm: het kristalliseert. In de
jaren '50 ontdekten onderzoekers bij Bayer dat de
kristallisatievorm beïnvloed kan worden, en dat naast het zachte
ziekenhuisgips ook heel harde stoffen kunnen ontstaan. Het is te
vergelijken met koolstof, dat zowel potlood als diamant kan
zijn.
Anhydriet was geboren. De naam Anhydriet werd
gekozen omdat, wilde het lukken invloed te hebben op de vorm van
het te maken kristal, de stof in ieder geval watervrij moest
zijn. Anhydriet betekent letterlijk 'zonder water'. Het zou een
geuzennaam worden voor een vloer waarvan het maken juist met
heel veel nattigheid gepaard gaat.
Anhydriet is er dus in verschillende hoedanigheden: van krijt
tot porcelein. Het vinden van de optimale structuur vraagt veel
experimenteel zoekwerk, dat nog steeds door gaat. Soms vindt men
een receptuur met een prachtig eindproduct, maar die wil in de
praktijk dan niet werken: hij hardt veel te snel, hij zet uit
bij naharding, hij vervormt kruipend bij duurzame druk,
allerhand doet zich voor. Veel mogelijkheden zijn langzamerhand
bekend, maar nog steeds zijn er nieuwe ontwikkelingen en ook
verrassingen. De vloer die men uiteindelijk maakt hangt af van
drie factoren:
• Het gebruikte bindmiddel, de Anhydrietsoort,
• De vulstof, als regel zand,
• De verwerkingswijze.